We starten met een stelling waarin wit koning en een pion heeft en zwart alleen de koning. Als de pion de overkant bereikt, dan kun je de pion inwisselen voor een stuk. Hierbij kies je meestal het sterkste stuk: de dame. In het eindspel waarin alleen koningen en pionnen (en geen stukken) over zijn, draait alles om het laten promoveren van de pion. De pion krijgt daarbij steun van de koning en wordt zoveel mogelijk tegen gehouden door de vijandelijke koning. Om een pion tegen te houden – te blokkeren – gaat de koning staan op het veld voor de pion. Maar de koning kan daar niet eeuwig blijven staan. Er is immers zet-dwang: wit en zwart moeten om beurt zetten! De verdedigende koning moet dan het veld voor de pion vrijgeven en de pion kan gesteund door de koning oprukken. Uiteindelijk kan de pion tot de 7de rij oprukken. En dan ontstaat een stelling zoals hieronder in diagram I-052a is weergegeven.
In de bovenstaande stelling in diagram I-052a is wit aan zet. Als echter zwart aan zet is moet hij het promotieveld verlaten. Wit profiteert daarvan.
We zagen dat de plicht om een zet te doen – Zugzwang – soms nadelig kan zijn voor beide spelers. Wit zal in de stelling uit diagram I-052a proberen te bereiken met zwart aan zet. En zwart zal juist de stelling nastreven met wit aan zet! We zullen onderzoeken hoe zwart dat kan bereiken. We kijken naar de stelling waarbij de witte pion nog op c5 staat.
Als het wit gelukt om de met de koning het veld b7, c7 of d7 te bereiken, dan kan hij de pion laten promoveren. (De pion kan dan niet worden geslagen). Als de witte koning op d6 staat, kan de zwarte koning de pion ook niet meer tegenhouden. Bijvoorbeeld: staat de zwarte koning op c6, dan speelt wit Kc6. Speelt zwart daarna Kb8, dan volgt Kd7 en speelt zwart Kd8, dan volgt Kb7. Wit kan daarna de pion laten promoveren. Ook als de witte koning op c6 of b6 staat, kan (op een soortgelijke manier) zwart promotie niet meer tegenhouden.
Samenvatting van de strijd koning en pion tegen koning alleen
Velden en afstanden tussen velden
De schaakanalyticus W. Bähr heeft al in 1936 een regel geformuleerd, waarmee je gemakkelijker zulke stellingen kan beoordelen.
Zie het diagram met witte pion op a4 en zwarte pion op a5. Als de vrijpion van wit binnen het met groene velden aangegeven gebied staat (inclusief de rand), dan kan wit winnen. Bijvoorbeeld als de vrijpion op f4 staat, wint wit. Als de vrijpion op g4 staat, dan is het remise.
In het volgende voorbeeld zien we hoe de regel van Bähr het beoordelen van een stelling kan vergemakkelijken.
Zwart verliest hier na
Van een materieel overwicht profiteren
In het volgende voorbeeld heeft zwart een vrijpion op de a-lijn. De witte koning kan echter de zwarte koning ‘opsluiten’. Dan lukt het zwart niet om de a-pion te promoveren, want de eigen koning staat in de weg!. Als zwart zich dan uiteindelijk zou laten opsluiten op het veld a1, dan heeft zwart geen zetten meer met de koning of vrijpion en wordt zelfs gedwongen om met een pion op de damevleugel te zetten. Dan zou zelfs zwart verliezen! Conclusie: wit moet de koning afhouden van de b-lijn, zwart kan dan de vrijpion op de a-lijn niet laten promoveren en het is remise.
Van een positioneel overwicht profiteren
Ver verwijderde vrijpion
Gevaarlijke vrijpionnen
Gedekte vrijpion
De doorbraak
Zwakten in de pionnenstructuur
Reservetempi
Actieve koning
Sign In
The password must have a minimum of 8 characters of numbers and letters, contain at least 1 capital letter